Oefeningen met tijden voor de Portugese grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Oefeningen met tijden voor de Portugese grammatica

In deze oefeningen werk je met verschillende tijden in de Portugese grammatica. Je leert hoe je werkwoorden correct vervoegt in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en de toekomende tijd. Probeer goed op de aanwijzingen te letten om de juiste tijd te herkennen en toe te passen.

A man wearing white headphones studies at a laptop while learning languages in a library.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Oefening 1: Tegenwoordige tijd (Presente do Indicativo)

1. Eu *falo* português todos os dias. (gebruik de tegenwoordige tijd van “falar”)
2. Tu *comes* uma maçã agora. (gebruik de tegenwoordige tijd van “comer”)
3. Ele *estuda* na universidade. (gebruik de tegenwoordige tijd van “estudar”)
4. Nós *moramos* em Lisboa. (gebruik de tegenwoordige tijd van “morar”)
5. Vocês *trabalham* no escritório. (gebruik de tegenwoordige tijd van “trabalhar”)
6. Eles *vivem* perto da praia. (gebruik de tegenwoordige tijd van “viver”)
7. Eu *tenho* um cachorro. (gebruik de tegenwoordige tijd van “ter”)
8. Tu *vais* ao mercado. (gebruik de tegenwoordige tijd van “ir”)
9. Ela *gosta* de música clássica. (gebruik de tegenwoordige tijd van “gostar”)
10. Nós *fazemos* exercícios todos os dias. (gebruik de tegenwoordige tijd van “fazer”)

Oefening 2: Verleden tijd (Pretérito Perfeito)

1. Eu *falei* com o professor ontem. (gebruik de verleden tijd van “falar”)
2. Tu *comeste* uma banana no café da manhã. (gebruik de verleden tijd van “comer”)
3. Ele *estudou* para o exame na semana passada. (gebruik de verleden tijd van “estudar”)
4. Nós *moramos* em Porto no ano passado. (gebruik van “morar” in verleden tijd) Let op dat het werkwoord regelmatig is.
5. Vocês *trabalharam* muito ontem. (gebruik van “trabalhar” in verleden tijd) Let op de uitgang voor jullie.
6. Eles *viveram* em São Paulo por dois anos. (gebruik van “viver” in verleden tijd)
7. Eu *tive* uma ideia ótima ontem. (onregelmatige verleden tijd van “ter”)
8. Tu *foste* ao cinema sábado passado. (onregelmatige verleden tijd van “ir”)
9. Ela *gostou* do filme que viu. (regelmatige verleden tijd van “gostar”)
10. Nós *fizemos* um bolo para a festa. (onregelmatige verleden tijd van “fazer”)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot