Oefeningen met aanwijzende voornaamwoorden voor de Nederlandse grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Oefeningen met aanwijzende voornaamwoorden voor de Nederlandse grammatica

In deze oefeningen oefenen we met aanwijzende voornaamwoorden in het Nederlands. Aanwijzende voornaamwoorden zoals “deze”, “die”, “dit” en “dat” worden gebruikt om iets aan te wijzen of te benadrukken. Ze stemmen af op het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord waar ze naar verwijzen. Let goed op welk zelfstandig naamwoord erbij hoort om het juiste aanwijzend voornaamwoord te kiezen.

A student with glasses looks thoughtful while surrounded by piles of books for learning languages.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Oefening 1: Kies het juiste aanwijzend voornaamwoord

1. *Deze* auto is van mijn vader. (Hint: auto is de-woord, dichtbij)
2. Ik wil *die* jas kopen. (Hint: jas is de-woord, ver weg)
3. Kun je *dit* boek lezen? (Hint: boek is het-woord, dichtbij)
4. We gaan naar *dat* huis aan het einde van de straat. (Hint: huis is het-woord, ver weg)
5. *Deze* stoel zit heel comfortabel. (Hint: stoel is de-woord, dichtbij)
6. Kijk naar *die* vogels in de boom. (Hint: vogels is meervoud, ver weg)
7. Ik neem *dit* glas water. (Hint: glas is het-woord, dichtbij)
8. *Die* kinderen spelen in het park. (Hint: kinderen is meervoud, ver weg)
9. Wil je *deze* appel? (Hint: appel is de-woord, dichtbij)
10. We zien *dat* vliegtuig hoog in de lucht. (Hint: vliegtuig is het-woord, ver weg)

Oefening 2: Vul het juiste aanwijzend voornaamwoord in

1. *Die* man daar is mijn leraar. (Hint: man is de-woord, ver weg)
2. Ik houd van *dit* liedje. (Hint: liedje is het-woord, dichtbij)
3. *Deze* bloemen ruiken heerlijk. (Hint: bloemen is meervoud, dichtbij)
4. Kun je *dat* schilderij zien? (Hint: schilderij is het-woord, ver weg)
5. *Deze* tas is van mij. (Hint: tas is de-woord, dichtbij)
6. We bezoeken *die* stad volgend jaar. (Hint: stad is de-woord, ver weg)
7. Ik heb *dit* horloge gekregen. (Hint: horloge is het-woord, dichtbij)
8. *Die* boeken liggen op tafel. (Hint: boeken is meervoud, ver weg)
9. Wil je *deze* pen gebruiken? (Hint: pen is de-woord, dichtbij)
10. We kopen *dat* huis binnenkort. (Hint: huis is het-woord, ver weg)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot