Voorzetsels met werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden: oefeningen voor Hebreeuwse grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Voorzetsels met werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden: oefeningen voor Hebreeuwse grammatica

In deze oefeningen leer je hoe je voorzetsels correct gebruikt in combinatie met werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden in het Hebreeuws. Het is belangrijk om te weten welk voorzetsel bij welk woord hoort, omdat dit de betekenis van de zin kan veranderen. Let goed op de hints om het juiste voorzetsel te kiezen.

Three students sit at a library table and track digital lessons while learning languages.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Voorzetsels met werkwoorden: oefenen met de juiste combinatie

1. Hij *denkt aan* zijn familie. (Hint: “aan” gebruik je bij gedachten gericht op iets of iemand)
2. Zij *wacht op* de bus. (Hint: “op” gebruik je bij wachten gericht op iets specifieks)
3. Wij *vertrouwen op* onze vrienden. (Hint: “op” geeft vertrouwen gericht op iets of iemand aan)
4. Jij *hoopt op* goed nieuws. (Hint: “op” wordt gebruikt bij hopen dat iets gebeurt)
5. De student *luistert naar* de leraar. (Hint: “naar” gebruik je bij luisteren gericht op iets of iemand)
6. Ik *vraag om* hulp. (Hint: “om” gebruik je bij verzoeken of vragen)
7. Zij *denkt over* het probleem na. (Hint: “over” gebruik je bij nadenken over een onderwerp)
8. Wij *spreken over* het weer. (Hint: “over” wordt gebruikt bij praten over een onderwerp)
9. Jij *zegt tegen* je vriend de waarheid. (Hint: “tegen” gebruik je bij spreken gericht op iemand)
10. Hij *bestaat uit* drie delen. (Hint: “uit” wordt gebruikt om delen van een geheel aan te geven)

Voorzetsels met bijvoeglijke naamwoorden: correcte koppeling oefenen

1. Zij is *bang voor* spinnen. (Hint: “voor” gebruik je bij angst voor iets)
2. Hij is *trots op* zijn prestaties. (Hint: “op” gebruik je bij trots zijn op iets of iemand)
3. Wij zijn *blij met* het cadeau. (Hint: “met” wordt gebruikt bij tevredenheid over iets)
4. Jij bent *interessant voor* de docenten. (Hint: “voor” gebruik je bij relevantie voor iets of iemand)
5. De kinderen zijn *verliefd op* hun juf. (Hint: “op” gebruik je bij verliefd zijn op iemand)
6. Ik ben *verantwoordelijk voor* het project. (Hint: “voor” geeft verantwoordelijkheid aan)
7. Zij is *geschikt voor* deze baan. (Hint: “voor” gebruik je bij geschiktheid voor iets)
8. Wij zijn *tevreden met* het resultaat. (Hint: “met” bij tevredenheid over iets)
9. Hij is *bang om* te falen. (Hint: “om” gebruik je bij angst om iets te doen)
10. Jij bent *blij dat* je geslaagd bent. (Hint: “dat” wordt gebruikt bij blij zijn met een gebeurtenis)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot