Top 50 Portugese werkwoordoefeningen voor Portugese grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Top 50 Portugese werkwoordoefeningen voor Portugese grammatica

Deze oefeningen zijn ontworpen om je te helpen de belangrijkste Portugese werkwoorden correct te gebruiken in verschillende tijden en contexten. Door deze zinnen te oefenen, verbeter je je begrip van de vervoegingen en het gebruik van werkwoorden in het Portugees.

Two students read textbooks at a picnic table near a university while learning languages.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Top 50 Portugese werkwoordoefeningen – Tegenwoordige tijd

1. Ik *falo* met mijn vriend elke dag (werkwoord “falar” – spreken, tegenwoordige tijd).
2. Jij *estuda* voor het examen (werkwoord “estudar” – studeren, tegenwoordige tijd).
3. Wij *moramos* in Lissabon (werkwoord “morar” – wonen, tegenwoordige tijd).
4. Zij *trabalha* in een ziekenhuis (werkwoord “trabalhar” – werken, tegenwoordige tijd).
5. Jullie *comem* altijd samen lunch (werkwoord “comer” – eten, tegenwoordige tijd).
6. Hij *escreve* een brief aan zijn familie (werkwoord “escrever” – schrijven, tegenwoordige tijd).
7. Ik *abro* het raam als het warm is (werkwoord “abrir” – openen, tegenwoordige tijd).
8. Jij *corres* elke ochtend in het park (werkwoord “correr” – rennen, tegenwoordige tijd).
9. Wij *bebemos* water na het sporten (werkwoord “beber” – drinken, tegenwoordige tijd).
10. Zij *ouvem* muziek tijdens het werk (werkwoord “ouvir” – luisteren, tegenwoordige tijd).

Top 50 Portugese werkwoordoefeningen – Verleden tijd (pretérito perfeito)

1. Ik *falei* met mijn leraar gisteren (werkwoord “falar” – spreken, verleden tijd).
2. Jij *estudou* hard voor de toets (werkwoord “estudar” – studeren, verleden tijd).
3. Wij *moramos* een jaar in Porto (let op: hier gebruiken we verleden tijd “morar” – wonen).
4. Zij *trabalhou* in een winkel vorig jaar (werkwoord “trabalhar” – werken, verleden tijd).
5. Jullie *comeram* pizza op het feest (werkwoord “comer” – eten, verleden tijd).
6. Hij *escreveu* een e-mail naar de baas (werkwoord “escrever” – schrijven, verleden tijd).
7. Ik *abri* de deur vroeg vanochtend (werkwoord “abrir” – openen, verleden tijd).
8. Jij *correu* naar de bus gisteren (werkwoord “correr” – rennen, verleden tijd).
9. Wij *bebemos* koffie na de vergadering (werkwoord “beber” – drinken, verleden tijd).
10. Zij *ouviram* het nieuws op de radio (werkwoord “ouvir” – luisteren, verleden tijd).
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot