Oefeningen met telbare zelfstandige naamwoorden voor Nepalese grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Oefeningen met telbare zelfstandige naamwoorden voor Nepalese grammatica

In deze oefeningen leer je hoe je telbare zelfstandige naamwoorden correct gebruikt in het Nepalees. Telbare zelfstandige naamwoorden zijn woorden die je kunt tellen, zoals “boek”, “appel” of “stoel”. Je oefent met het kiezen van het juiste woord en de juiste vorm in eenvoudige zinnen.

A man sits at a long wooden table in a cathedral-style library while learning languages.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Oefening 1: Telbare zelfstandige naamwoorden in enkelvoud en meervoud

1. Ik heb drie *kitab* gekocht. (Hint: Het Nepalees woord voor ‘boeken’ is ‘kitab’, en je telt ze.)
2. Zij ziet vijf *phool* in de tuin. (Hint: ‘Phool’ betekent ‘bloemen’, tel het aantal.)
3. Hij eet één *kera*. (Hint: ‘Kera’ betekent ‘banaan’, enkelvoud.)
4. Wij hebben zeven *kukur* in het park gezien. (Hint: ‘Kukur’ betekent ‘hond’, tel ze.)
5. Jullie dragen twee *jutta*. (Hint: ‘Jutta’ betekent ‘schoenen’, meervoud.)
6. De leraar heeft vier *kalam*. (Hint: ‘Kalam’ betekent ‘pen’, telbaar.)
7. Zij koopt zes *aalu* voor het diner. (Hint: ‘Aalu’ betekent ‘aardappelen’.)
8. Hij neemt één *chaad* mee naar school. (Hint: ‘Chaad’ betekent ‘stoel’, enkelvoud.)
9. Er liggen acht *kagaj* op tafel. (Hint: ‘Kagaj’ betekent ‘papieren’, tel ze.)
10. Wij zien tien *bagula* in het moeras. (Hint: ‘Bagula’ betekent ‘reigers’, telbaar.)

Oefening 2: Gebruik van telbare zelfstandige naamwoorden met getallen

1. Ik heb *dui* *kukur* in mijn huis. (Hint: ‘Dui’ betekent ’twee’, tel het aantal honden.)
2. Jij koopt *paanch* *phool* voor de vaas. (Hint: ‘Paanch’ betekent ‘vijf’, tel de bloemen.)
3. Hij leest *ek* *kitab* over geschiedenis. (Hint: ‘Ek’ betekent ‘één’, enkelvoud.)
4. Wij hebben *saat* *aalu* gekocht. (Hint: ‘Saat’ betekent ‘zeven’, tel aardappelen.)
5. Jullie dragen *tin* *jutta* naar school. (Hint: ‘Tin’ betekent ‘drie’, tel de schoenen.)
6. Zij zien *chha* *bagula* bij de rivier. (Hint: ‘Chha’ betekent ‘zes’, tel de vogels.)
7. Ik neem *char* *kalam* mee naar kantoor. (Hint: ‘Char’ betekent ‘vier’, tel de pennen.)
8. Hij heeft *ek* *chaad* in zijn kamer. (Hint: ‘Ek’ betekent ‘één’, enkelvoud stoel.)
9. Wij vinden *aath* *kagaj* op de grond. (Hint: ‘Aath’ betekent ‘acht’, tel de papieren.)
10. Zij eten *nau* *kera* als snack. (Hint: ‘Nau’ betekent ‘negen’, tel de bananen.)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot