Comparative/Superlative Oefeningen voor Engelse grammatica

Vergelijkingen maken in de Engelse taal is een essentieel onderdeel van het leren van de taal. Het vermogen om personen, objecten of situaties met elkaar te vergelijken door middel van comparatieven en superlatieven is niet alleen nuttig in alledaagse gesprekken, maar versterkt ook het begrijpen van de taalstructuur. In de volgende oefeningen gaan we onze kennis van de Engelse grammatica aanscherpen door de juiste comparatieven en superlatieven in te vullen, zodat je de taal vloeiender en nauwkeuriger kunt gebruiken.

In de Engelse taal gebruiken we comparatieven om twee dingen met elkaar te vergelijken en superlatieven om aan te geven wat het meeste is in een groep. Bijvoorbeeld, ‘snel’ wordt ‘sneller’ in de comparatief en ‘het snelst’ in de superlatief. Deze oefeningen zijn bedoeld om je te helpen oefenen met zowel reguliere als onregelmatige vormen van comparatieven en superlatieven. Laten we beginnen en je vaardigheden verbeteren!

Comparative Oefeningen

Jane is *taller* (tall) than her sister.

The test was *easier* (easy) than I expected.

His new car is much *more comfortable* (comfortable) than the old one.

She works *harder* (hard) than anyone else in the office.

This jacket is *less expensive* (expensive) than the one I bought last year.

Tom is *funnier* (funny) than Jim, but Jim is more serious.

My homework is *more difficult* (difficult) than yours.

The blue chair is *more comfortable* (comfortable) than the red chair.

This book is *less interesting* (interesting) than the one I read before.

Of all the students, Sam is the *tallest* (tall).

The Nile is *longer* (long) than the Amazon.

Iron is *more useful* (useful) than gold in industrial applications.

Mona is *older* (old) than her cousin.

He is *sillier* (silly) than he looks.

The math exam was *worse* (bad) than the chemistry one.

Superlative Oefeningen

Mount Everest is the *highest* (high) mountain in the world.

That was the *best* (good) meal I’ve ever had!

Out of all my pets, my dog is the *friendliest* (friendly).

This is the *smallest* (small) phone available on the market right now.

Of the three brothers, Greg is the *oldest* (old).

She is the *most intelligent* (intelligent) person in our class.

That’s the *worst* (bad) idea you’ve ever had.

He is the *most ambitious* (ambitious) student I have ever taught.

This winter is the *coldest* (cold) one on record.

The cheetah is the *fastest* (fast) animal on land.

John is the *best* (good) basketball player in the city.

This model is the *most energy-efficient* (energy-efficient) one available.

This is the *most expensive* (expensive) dress in the store.

That was the *funniest* (funny) joke I’ve heard in a long time.

She completed the task in the *shortest* (short) time possible.

Grammatica-oefeningen

Grammatica

[related_child_taxonomies]

Leer 5x sneller een taal met AI

TalkPal is een AI-gestuurde taaltutor. Leer 57+ talen 5x sneller met revolutionaire technologie.