Oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd voor Nederlandse grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd voor Nederlandse grammatica

In deze oefeningen leer je de voltooid tegenwoordige tijd (perfectum) te gebruiken in Nederlandse zinnen. Deze tijd gebruik je om aan te geven dat een handeling in het verleden is afgerond en invloed heeft op het heden. Let goed op de juiste vervoeging van het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord.

A close-up view of a person taking notes in a workbook for learning languages at a wooden desk.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Oefening 1: Maak zinnen met de voltooid tegenwoordige tijd (hebben)

1. Ik *heb* mijn huiswerk gemaakt. (Gebruik het hulpwerkwoord ‘hebben’ + voltooid deelwoord)
2. Jij *hebt* de brief geschreven. (Let op de juiste vorm van ‘hebben’ bij jij)
3. Wij *hebben* een boek gelezen. (Gebruik ‘hebben’ met wij)
4. Zij *heeft* de film gezien. (Gebruik ‘heeft’ bij zij enkelvoud)
5. Jullie *hebben* koffie gedronken. (Gebruik ‘hebben’ bij jullie)
6. Hij *heeft* zijn jas gevonden. (Gebruik ‘heeft’ bij hij)
7. Ik *heb* een taart gebakken. (Gebruik ‘hebben’ met ik)
8. Jij *hebt* de deur gesloten. (Gebruik ‘hebben’ bij jij)
9. Zij *heeft* de sleutel verloren. (Gebruik ‘heeft’ bij zij enkelvoud)
10. Wij *hebben* de kamer schoongemaakt. (Gebruik ‘hebben’ met wij)

Oefening 2: Voltooid tegenwoordige tijd met het hulpwerkwoord ‘zijn’

1. Ik *ben* naar school gegaan. (Gebruik het hulpwerkwoord ‘zijn’ + voltooid deelwoord bij beweging)
2. Jij *bent* op tijd gekomen. (Let op ‘bent’ bij jij)
3. Hij *is* naar huis teruggegaan. (Gebruik ‘is’ bij hij)
4. Wij *zijn* vroeg vertrokken. (Gebruik ‘zijn’ bij wij)
5. Zij *is* in de tuin gebleven. (Gebruik ‘is’ bij zij enkelvoud)
6. Jullie *zijn* laat aangekomen. (Gebruik ‘zijn’ bij jullie)
7. Ik *ben* gevallen op straat. (Gebruik ‘ben’ bij ik)
8. Jij *bent* ziek geworden. (Gebruik ‘bent’ bij jij)
9. Zij *is* naar de winkel gelopen. (Gebruik ‘is’ bij zij enkelvoud)
10. Wij *zijn* thuis gebleven. (Gebruik ‘zijn’ bij wij)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot