Abstracte Zelfstandige Naamwoorden
Wanneer je je Spaanse woordenschat uitbreidt, is het belangrijk om abstracte zelfstandige naamwoorden te kennen, omdat deze vaak worden gebruikt in intellectuele en filosofische discussies.
1. Libertad – Vrijheid
2. Justicia – Rechtvaardigheid
3. Sabiduría – Wijsheid
4. Esperanza – Hoop
5. Conciencia – Bewustzijn
6. Identidad – Identiteit
7. Realidad – Realiteit
8. Felicidad – Geluk
9. Amistad – Vriendschap
10. Integridad – Integriteit
Voorbeeldzinnen
– La libertad de expresión es un derecho fundamental.
– La justicia social es esencial para una sociedad equilibrada.
– La sabiduría se adquiere con el tiempo y la experiencia.
Werkwoorden om te Meesteren
Het beheersen van geavanceerde werkwoorden kan je helpen om je gedachten preciezer en effectiever te uiten.
1. Aconsejar – Adviseren
2. Desarrollar – Ontwikkelen
3. Establecer – Vestigen
4. Interpretar – Interpreteren
5. Promover – Bevorderen
6. Recomendar – Aanbevelen
7. Sugerir – Suggereren
8. Sustituir – Vervangen
9. Transformar – Transformeren
10. Evaluar – Evalueren
Voorbeeldzinnen
– El profesor me aconsejó que estudiara más.
– Es importante desarrollar nuevas habilidades.
– La empresa ha establecido nuevas políticas.
Bijvoeglijke Naamwoorden voor Meer Diepgang
Geavanceerde bijvoeglijke naamwoorden kunnen je beschrijvingen levendiger en specifieker maken.
1. Ambicioso – Ambitieus
2. Complicado – Ingewikkeld
3. Desafiante – Uitdagend
4. Eficaz – Effectief
5. Fascinante – Fascinerend
6. Imprescindible – Onmisbaar
7. Intrincado – Ingewikkeld
8. Persuasivo – Overtuigend
9. Relevante – Relevant
10. Significativo – Betekenisvol
Voorbeeldzinnen
– Es un proyecto muy ambicioso.
– La teoría es bastante complicada de entender.
– El nuevo método es muy eficaz.
Uitdrukkingen en Idiomen
Het kennen van idiomen en uitdrukkingen kan je helpen om natuurlijker en vloeiender te spreken.
1. Tirar la toalla – De handdoek in de ring gooien
2. Estar en las nubes – In de wolken zijn
3. Meter la pata – Een fout maken
4. Ser pan comido – Een fluitje van een cent zijn
5. Dar en el clavo – De spijker op de kop slaan
6. Hacer la vista gorda – Een oogje dichtknijpen
7. A otro perro con ese hueso – Iemand anders voor de gek houden
8. No tener pelos en la lengua – Niet op je mondje gevallen zijn
9. Ponerse las pilas – Ertegenaan gaan
10. Estar entre la espada y la pared – Tussen de duivel en het diepe blauw zitten
Voorbeeldzinnen
– Después de tanto esfuerzo, no pienso tirar la toalla.
– Siempre estás en las nubes durante las reuniones.
– No debes meter la pata en una entrevista importante.
Geavanceerde Bijwoorden
Bijwoorden helpen om je zinnen te verrijken en preciezer te maken.
1. Eventualmente – Uiteindelijk
2. Frecuentemente – Vaak
3. Indudablemente – Ongetwijfeld
4. Prudentemente – Voorzichtig
5. Relativamente – Relatief
6. Simultáneamente – Gelijktijdig
7. Sutilmente – Subtiel
8. Temporalmente – Tijdelijk
9. Únicamente – Alleen
10. Verdaderamente – Echt
Voorbeeldzinnen
– Eventualmente, llegaremos a un acuerdo.
– Ella habla frecuentemente con sus padres.
– Indudablemente, es la mejor opción.
Specifieke Woordenschat voor Professionele Contexten
Als je Spaans gebruikt in een professionele context, zijn er bepaalde woorden en termen die je moet beheersen.
1. Negociación – Onderhandeling
2. Inversión – Investering
3. Estrategia – Strategie
4. Propuesta – Voorstel
5. Mercado – Markt
6. Competencia – Concurrentie
7. Rendimiento – Prestaties
8. Productividad – Productiviteit
9. Recursos – Middelen
10. Responsabilidad – Verantwoordelijkheid
Voorbeeldzinnen
– La negociación fue un éxito total.
– Necesitamos aumentar la productividad del equipo.
– Nuestra estrategia debe ser revisada.
Regionale Variaties en Slang
Het is ook nuttig om enkele regionale variaties en slangwoorden te kennen die vaak gebruikt worden in verschillende Spaanstalige landen.
1. Guay (Spanje) – Cool
2. Chido (Mexico) – Cool
3. Pibe (Argentinië) – Jongen
4. Güey (Mexico) – Gasten
5. Tío/Tía (Spanje) – Kerel/Vrouw
6. Chevere (Venezuela) – Geweldig
7. Bacán (Chili) – Geweldig
8. Pana (Venezuela) – Vriend
9. Plata (Latijns-Amerika) – Geld
10. Joder (Spanje) – Verdomme
Voorbeeldzinnen
– ¡Qué guay está tu coche! (Spanje)
– Ese chico es muy chido. (Mexico)
– ¿Cómo estás, pibe? (Argentinië)
Conclusie
Het beheersen van gevorderde Spaanse woordenschat vereist tijd, inspanning en veel oefening. Door je kennis van abstracte zelfstandige naamwoorden, geavanceerde werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, uitdrukkingen, bijwoorden, professionele termen en regionale variaties uit te breiden, zul je in staat zijn om jezelf nauwkeuriger en vloeiender uit te drukken. Vergeet niet om regelmatig te oefenen en jezelf bloot te stellen aan verschillende contexten waarin deze woorden en uitdrukkingen worden gebruikt. Veel succes met je taalleerreis!
