Finse woorden die u moet kennen voor A1-niveau - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Notulen M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Leer 5x sneller!

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
+ 79 Talen

Finse woorden die u moet kennen voor A1-niveau

Als je net begint met het leren van de Finse taal, kan het lijken alsof je een enorme berg te beklimmen hebt. De grammatica is complex en de woorden lijken op niets wat je eerder hebt gezien. Maar geen zorgen, iedereen moet ergens beginnen! In dit artikel gaan we enkele basiswoorden en -uitdrukkingen behandelen die essentieel zijn voor het A1-niveau in het Fins. Door deze woorden te leren, leg je een stevige basis voor je verdere studie van de taal.

A girl wearing headphones and a bun takes notes for the purpose of learning languages in a quiet library.

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Basis begroetingen en beleefdheidsuitdrukkingen

Een van de eerste dingen die je leert in een nieuwe taal zijn de basisbegroetingen. Deze helpen je om een gesprek te beginnen en zijn ook belangrijk om beleefd te zijn.

Hei of Moi – Hallo
Hyvää huomenta – Goedemorgen
Hyvää päivää – Goedendag
Hyvää iltaa – Goedenavond
Näkemiin – Tot ziens
Kiitos – Dank je wel
Ole hyvä – Alsjeblieft (bij het geven)
Anteeksi – Excuseer mij / Sorry

Basisgetallen

Getallen zijn ook fundamenteel in elke taal. Hier zijn de basisgetallen in het Fins van 0 tot 10:

Nolla – Nul
Yksi – Eén
Kaksi – Twee
Kolme – Drie
Neljä – Vier
Viisi – Vijf
Kuusi – Zes
Seitsemän – Zeven
Kahdeksan – Acht
Yhdeksän – Negen
Kymmenen – Tien

Dagelijkse voorwerpen

Het kennen van de namen van dagelijkse voorwerpen kan je helpen om je woordenschat snel uit te breiden. Hier zijn enkele basiswoorden die je vaak zult gebruiken.

Talo – Huis
Huone – Kamer
Pöytä – Tafel
Tuoli – Stoel
Ovi – Deur
Ikkuna – Raam
Kirja – Boek
Tietokone – Computer
Puhelin – Telefoon
Auto – Auto

Kleuren

Het leren van de kleuren in het Fins is ook een goede manier om je woordenschat uit te breiden.

Punainen – Rood
Sininen – Blauw
Keltainen – Geel
Vihreä – Groen
Valkoinen – Wit
Musta – Zwart
Ruskea – Bruin
Oranssi – Oranje
Harmaa – Grijs
Vaaleanpunainen – Roze

Familieleden

Het praten over je familie is een veelvoorkomend onderwerp van gesprek. Hier zijn enkele basiswoorden voor familieleden.

Äiti – Moeder
Isä – Vader
Sisko – Zus
Veli – Broer
Isoäiti – Grootmoeder
Isoisä – Grootvader
Tytär – Dochter
Poika – Zoon
Setä – Oom
Täti – Tante

Basale werkwoorden

Werkwoorden zijn de ruggengraat van elke zin. Hier zijn enkele basiswerkwoorden die je vaak zult gebruiken.

Olla – Zijn
Tehdä – Doen
Mennä – Gaan
Tulla – Komen
Nähdä – Zien
Kuulla – Horen
Puhua – Spreken
Syödä – Eten
Juoda – Drinken
Nukkua – Slapen

Basiszinnen

Nu je enkele basiswoorden kent, is het tijd om ze in zinnen te gebruiken. Hier zijn enkele eenvoudige zinnen die nuttig kunnen zijn in dagelijkse gesprekken.

Mikä sinun nimesi on? – Wat is jouw naam?
Minun nimeni on… – Mijn naam is…
Kuinka vanha sinä olet? – Hoe oud ben jij?
Minä olen … vuotta vanha. – Ik ben … jaar oud.
Mistä sinä olet kotoisin? – Waar kom jij vandaan?
Minä olen kotoisin… – Ik kom uit…
Puhutko sinä englantia? – Spreek je Engels?
En puhu suomea hyvin. – Ik spreek niet goed Fins.
Voitko auttaa minua? – Kun je me helpen?
Paljonko tämä maksaa? – Hoeveel kost dit?

Dagen van de week

Het kennen van de dagen van de week is essentieel voor het maken van afspraken en het praten over je dagelijkse routine.

Maanantai – Maandag
Tiistai – Dinsdag
Keskiviikko – Woensdag
Torstai – Donderdag
Perjantai – Vrijdag
Lauantai – Zaterdag
Sunnuntai – Zondag

Maanden van het jaar

De maanden van het jaar zijn ook belangrijk om te kennen, vooral als je over tijd en data praat.

Tammikuu – Januari
Helmikuu – Februari
Maaliskuu – Maart
Huhtikuu – April
Toukokuu – Mei
Kesäkuu – Juni
Heinäkuu – Juli
Elokuu – Augustus
Syyskuu – September
Lokakuu – Oktober
Marraskuu – November
Joulukuu – December

Voeding en drinken

Het kennen van de woorden voor eten en drinken is erg handig, vooral als je naar een restaurant gaat of boodschappen doet.

Leipä – Brood
Maito – Melk
Juusto – Kaas
Liha – Vlees
Kala – Vis
Hedelmä – Fruit
Vihannes – Groente
Vesi – Water
Kahvi – Koffie
Tee – Thee

Enkele handige uitdrukkingen

Hier zijn enkele uitdrukkingen die vaak voorkomen in het dagelijks leven en die je kunnen helpen om beter te communiceren.

Miten menee? – Hoe gaat het?
Hyvin, kiitos. – Goed, dank je.
En ymmärrä. – Ik begrijp het niet.
Voisitko toistaa? – Kun je dat herhalen?
Mitä tämä tarkoittaa? – Wat betekent dit?
Minulla on kiire. – Ik heb haast.
Olen pahoillani. – Het spijt me.
Ei se mitään. – Het is oké.

Conclusie

Het leren van een nieuwe taal kost tijd en geduld, maar met deze basiswoorden en -uitdrukkingen zul je een solide start maken in het Fins. Oefen regelmatig, wees niet bang om fouten te maken, en je zult merken dat je vocabulaire en vertrouwen snel zullen groeien. Blijf gemotiveerd en onthoud waarom je bent begonnen met het leren van deze prachtige taal. Veel succes en plezier met je taalleeravontuur!

Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is een AI-gestuurde taaltutor. Het is de meest efficiënte manier om een taal te leren. Chat over een onbeperkt aantal interessante onderwerpen door te schrijven of te spreken terwijl je berichten ontvangt met realistische stem.

Learning section image (nl)
QR-code

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

Talkpal is een GPT-gestuurde AI-taaldocent. Verbeter je spreek-, luister-, schrijf- en uitspraakvaardigheid - Leer 5x Sneller!

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot