Oefeningen met voorzetsels van tijd voor Turkse grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Oefeningen met voorzetsels van tijd voor Turkse grammatica

In deze oefeningen ga je werken met voorzetsels van tijd in het Turks. Let goed op de context en de hint om het juiste voorzetsel te kiezen en correct toe te passen. Dit zal je helpen om de tijdsaanduidingen beter te begrijpen en correct te gebruiken in zinnen.

Three students sit at a long wooden table outdoors using laptops while learning languages at sunset.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Oefening 1: Voorzetsels van tijd – Basisgebruik

1. Ik ben geboren *in* 1990. (Gebruik het voorzetsel voor jaartallen.)
2. We gaan naar het park *op* zaterdag. (Gebruik het voorzetsel voor dagen van de week.)
3. Zij werkt altijd *’s ochtends*. (Gebruik het voorzetsel voor ochtendtijd.)
4. Hij komt *om* 3 uur. (Gebruik het voorzetsel voor exacte tijdstippen.)
5. De winkel is gesloten *tussen* 12 en 13 uur. (Gebruik het voorzetsel voor een tijdsperiode tussen twee momenten.)
6. We gaan met vakantie *in* juli. (Gebruik het voorzetsel voor maanden.)
7. Het feest begint *rond* 8 uur ‘s avonds. (Gebruik het voorzetsel voor een geschat tijdstip.)
8. Zij studeert *sinds* vorig jaar. (Gebruik het voorzetsel om een beginpunt in het verleden aan te geven.)
9. Hij slaapt vaak *na* het eten. (Gebruik het voorzetsel voor een moment na een gebeurtenis.)
10. De vergadering is gepland *voor* volgende week. (Gebruik het voorzetsel om een tijd vóór een bepaald moment aan te geven.)

Oefening 2: Voorzetsels van tijd in context

1. We hebben afgesproken *op* maandagmiddag. (Gebruik het voorzetsel voor dagen met tijdsaanduiding.)
2. De trein vertrekt *om* 18:30. (Gebruik het voorzetsel voor exacte tijd.)
3. Zij traint *’s avonds* in de sportschool. (Gebruik het voorzetsel voor een deel van de dag.)
4. Ik heb hem *sinds* vorig weekend niet gezien. (Gebruik het voorzetsel om een punt in het verleden te markeren.)
5. De winkel is open *tussen* 9 en 17 uur. (Gebruik het voorzetsel voor een tijdsinterval.)
6. We gaan op vakantie *in* augustus. (Gebruik het voorzetsel voor maanden.)
7. De cursus begint *op* 1 maart. (Gebruik het voorzetsel voor datum.)
8. Hij werkt *na* de lunchpauze weer verder. (Gebruik het voorzetsel voor tijd na een gebeurtenis.)
9. Ik maak mijn huiswerk meestal *’s avonds*. (Gebruik het voorzetsel voor tijd van de dag.)
10. Zij komt *voor* het weekend terug. (Gebruik het voorzetsel om aan te geven vóór welke periode iets gebeurt.)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot