Het verschil tussen deze twee werkwoorden kan verwarrend zijn, vooral omdat “zijn” in het Nederlands zowel voor de betekenis ‘bezitten’ als ‘bestaan’ kan worden gebruikt, terwijl in het Duits “haben” gebruikt wordt voor bezit en “sein” voor het bestaan of de toestand. Door deze oefeningen te doen, versterk je je vaardigheden in het correct vervoegen van deze belangrijke werkwoorden in verschillende zinnen.