Voorzetsels van richtingoefeningen voor de Deense grammatica - Talkpal
00 Dagen D
16 Uren H
59 Minuten M
59 Seconden S
Talkpal logo

Leer sneller talen met AI

Talkpal maakt van AI jouw persoonlijke taalcoach

Learn Languages faster with AI
Flag of England Flag of Spain Flag of France Flag of Germany Flag of Italy
80+ Talen

Voorzetsels van richtingoefeningen voor de Deense grammatica

In deze oefeningen oefenen we voorzetsels van richting in de Deense grammatica. Let goed op welk voorzetsel je moet gebruiken om aan te geven waar iemand naartoe gaat of beweegt. De hint helpt je het juiste voorzetsel te kiezen, zoals ‘naar’, ‘in’, ‘op’ of ‘langs’.

A young man wearing headphones writes in a notebook while learning languages on a patio.
Promotional background

De meest efficiënte manier om een taal te leren

Probeer Talkpal gratis

Voorzetsels van richting – Oefening 1

1. Han går *til* skolen. (Gebruik het voorzetsel voor “naar” als je zegt waar iemand naartoe gaat.)
2. Vi kører *mod* byen. (Gebruik het voorzetsel dat “in de richting van” betekent.)
3. Hun løber *ind i* huset. (Gebruik het voorzetsel voor “in” bij beweging naar binnen.)
4. De går *op* bjerget. (Gebruik het voorzetsel voor “op” bij beweging naar een hoger punt.)
5. Børnene cykler *langs* vejen. (Gebruik het voorzetsel voor “langs” bij beweging naast iets.)
6. Han rejser *til* Danmark. (Gebruik het voorzetsel voor “naar” bij landen en plaatsen.)
7. Vi går *ind i* parken. (Gebruik het voorzetsel voor “in” bij betreden van een plek.)
8. Hun går *over* broen. (Gebruik het voorzetsel voor “over” als je iets doorkruist.)
9. De kører *fra* stationen. (Gebruik het voorzetsel voor “van” bij vertrekpunt.)
10. Han hopper *ned fra* træet. (Gebruik het voorzetsel voor “naar beneden van” bij beweging omlaag.)

Voorzetsels van richting – Oefening 2

1. Jeg går *til* butikken. (Gebruik het voorzetsel voor “naar” bij bestemming.)
2. Hun springer *ind i* vandet. (Gebruik het voorzetsel voor “in” bij beweging naar binnen.)
3. Vi kører *gennem* tunnelen. (Gebruik het voorzetsel voor “door” bij doorgang.)
4. De går *op* bjerget for at se udsigten. (Gebruik het voorzetsel voor “op” bij klimmen.)
5. Han cykler *forbi* skolen. (Gebruik het voorzetsel voor “voorbij” als je iets passeert.)
6. Børnene løber *ned ad* bakken. (Gebruik het voorzetsel voor “naar beneden langs” bij afdaling.)
7. Vi går *mod* stranden. (Gebruik het voorzetsel voor “in de richting van” de zee.)
8. Hun går *over* vejen. (Gebruik het voorzetsel voor “over” bij oversteken.)
9. Han løber *fra* stationen til parken. (Gebruik het voorzetsel voor vertrekpunt.)
10. De hopper *op* scenen. (Gebruik het voorzetsel voor beweging naar boven, zoals op een podium.)
Learning section image (nl)
Download talkpal app

Altijd en overal leren

Talkpal is jouw AI-taaltutor, beschikbaar op web en mobiel. Krijg de taal sneller onder de knie, klets over interessante onderwerpen via tekst of spraak en ontvang realistische stemberichten, waar en wanneer je maar wilt.

Learning section image (nl)

Scannen met uw apparaat om te downloaden op iOS of Android

Learning section image (nl)

Neem contact met ons op

We zijn er altijd voor je als je vragen hebt of hulp nodig hebt. Neem op elk moment contact op met onze klantenservice via support@talkpal.ai

Talen

Leren


Talkpal, Inc., 2810 N Church St, Wilmington, Delaware 19802, US

© 2026 All Rights Reserved.


Trustpilot