Het leren van een nieuwe taal kan een uitdagende, maar ook zeer lonende ervaring zijn. Als je Tsjechisch aan het leren bent en je hebt al een basiskennis, dan ben je waarschijnlijk op zoek naar manieren om je woordenschat uit te breiden. In dit artikel bespreken we enkele belangrijke Tsjechische woorden die je moet kennen voor het A2-niveau. Deze woorden helpen je om beter te communiceren in alledaagse situaties en je begrip van de taal te verbeteren.
Een van de eerste dingen die je moet leren in een nieuwe taal zijn de dagelijkse uitdrukkingen. Deze zinnen en woorden gebruik je vaak en helpen je om te communiceren in verschillende situaties.
Ahoj – Hallo
Dit is een informele manier om hallo te zeggen, vergelijkbaar met “hi” in het Engels. Je kunt dit gebruiken bij vrienden en familie.
Dobrรฝ den – Goedendag
Dit is een meer formele begroeting, geschikt voor situaties waarin je beleefd moet zijn, zoals bij winkels of formele bijeenkomsten.
Nashledanou – Tot ziens
Een formele manier om afscheid te nemen. Gebruik dit als je een gesprek beรซindigt of een plek verlaat.
Prosรญm – Alsjeblieft
Dit woord gebruik je wanneer je iets vraagt of aanbiedt.
Dฤkuji – Dank je
Dit is de standaardmanier om dank je wel te zeggen in het Tsjechisch.
Getallen zijn essentieel voor het dagelijks leven, of je nu boodschappen doet, de tijd vertelt of een adres opgeeft.
Jedna – Eรฉn
Dva – Twee
Tลi – Drie
ฤtyลi – Vier
Pฤt – Vijf
ล est – Zes
Sedm – Zeven
Osm – Acht
Devฤt – Negen
Deset – Tien
“Kolik to stojรญ?” (Hoeveel kost dat?) – Hier kun je de getallen die je hebt geleerd gebruiken om prijzen te begrijpen.
“Je mi pฤtadvacet let.” (Ik ben vijfentwintig jaar oud.)
Het kunnen vertellen van de tijd en de datum is erg nuttig. Hier zijn enkele basiswoorden die je moet kennen.
Hodina – Uur
Minuta – Minuut
Den – Dag
Tรฝden – Week
Mฤsรญc – Maand
Rok – Jaar
“Kolik je hodin?” (Hoe laat is het?)
“Dnes je pondฤlรญ.” (Vandaag is het maandag.)
“V kolik hodin pลijede vlak?” (Hoe laat komt de trein aan?)
Het praten over je familie en relaties is een veelvoorkomend onderwerp in gesprekken.
Rodina – Familie
Matka – Moeder
Otec – Vader
Bratr – Broer
Sestra – Zus
Manลพel – Echtgenoot
Manลพelka – Echtgenote
“Moje matka je uฤitelka.” (Mijn moeder is een lerares.)
“Mลฏj bratr je starลกรญ neลพ jรก.” (Mijn broer is ouder dan ik.)
Het bespreken van je werk en beroep kan ook vaak voorkomen in gesprekken.
Prรกce – Werk
Zamฤstnรกnรญ – Beroep
Kancelรกล – Kantoor
ล kola – School
Doktor – Dokter
Uฤitel – Leraar
“Pracuji jako inลพenรฝr.” (Ik werk als ingenieur.)
“Moje sestra je lรฉkaลka.” (Mijn zus is een dokter.)
Het begrijpen en gebruiken van vraagwoorden is cruciaal om informatie te kunnen vragen en begrijpen.
Kdo – Wie
Co – Wat
Kde – Waar
Kdy – Wanneer
Proฤ – Waarom
Jak – Hoe
“Kdo to je?” (Wie is dat?)
“Co dฤlรกลก?” (Wat doe je?)
“Kde bydlรญลก?” (Waar woon je?)
Bijvoeglijke naamwoorden helpen je om dingen beter te beschrijven en je zinnen levendiger te maken.
Velkรฝ – Groot
Malรฝ – Klein
Krรกsnรฝ – Mooi
ล karedรฝ – Lelijk
Starรฝ – Oud
Mladรฝ – Jong
“To je velkรฝ dลฏm.” (Dat is een groot huis.)
“Moje koฤka je malรก.” (Mijn kat is klein.)
Werkwoorden zijn de ruggengraat van elke zin. Hier zijn enkele basiswerkwoorden die je moet kennen.
Bรฝt – Zijn
Mรญt – Hebben
Dฤlat – Doen/Maken
Jรญst – Eten
Pรญt – Drinken
Spรกt – Slapen
Chodit – Lopen
ลรญkat – Zeggen
“Jรก jsem student.” (Ik ben een student.)
“Mรกme dvฤ dฤti.” (Wij hebben twee kinderen.)
“Co dฤlรกลก?” (Wat doe je?)
Of je nu kleding, voedsel of iets anders koopt, deze woorden en zinnen komen goed van pas.
Obchod – Winkel
Jรญdlo – Voedsel
Obleฤenรญ – Kleding
Penฤลพenka – Portemonnee
Hotovost – Contant geld
Kreditnรญ karta – Creditcard
“Kolik to stojรญ?” (Hoeveel kost dat?)
“Mรกte to ve vฤtลกรญ velikosti?” (Hebt u dat in een grotere maat?)
Wanneer je uit eten gaat, is het handig om enkele basiswoorden en zinnen te kennen.
Restaurace – Restaurant
Jรญdelnรญ lรญstek – Menu
Jรญdlo – Eten
Nรกpoj – Drank
รฤet – Rekening
“Mรกte jรญdelnรญ lรญstek?” (Heeft u een menu?)
“Chci zaplatit รบฤet.” (Ik wil de rekening betalen.)
Als je reist, zijn er enkele woorden en zinnen die je zeker moet kennen.
Letiลกtฤ – Luchthaven
Vlak – Trein
Autobus – Bus
Jรญzdenka – Ticket
Odjezd – Vertrek
Pลรญjezd – Aankomst
“Kde je letiลกtฤ?” (Waar is de luchthaven?)
“Mรกm jรญzdenku na vlak.” (Ik heb een treinkaartje.)
In geval van nood is het belangrijk om enkele gezondheids- en medische termen te kennen.
Doktor – Dokter
Nemocnice – Ziekenhuis
Lรฉkรกrna – Apotheek
Lรฉk – Medicijn
Bolest – Pijn
“Potลebuji doktora.” (Ik heb een dokter nodig.)
“Kde je nejbliลพลกรญ lรฉkรกrna?” (Waar is de dichtstbijzijnde apotheek?)
Het weer is altijd een goed gespreksonderwerp. Hier zijn enkele basiswoorden.
Slunce – Zon
Dรฉลกลฅ – Regen
Snรญh – Sneeuw
Vรญtr – Wind
Teplรฝ – Warm
Studenรฝ – Koud
“Dnes je sluneฤno.” (Vandaag is het zonnig.)
“Zรญtra bude prลกet.” (Morgen gaat het regenen.)
Bijwoorden helpen je om je zinnen gedetailleerder te maken.
Rychle – Snel
Pomalu – Langzaam
ฤasto – Vaak
Obฤas – Soms
Vลพdy – Altijd
Nikdy – Nooit
“ฤasto chodรญm do parku.” (Ik ga vaak naar het park.)
“Nikdy nejรญm ryby.” (Ik eet nooit vis.)
Het leren van deze Tsjechische woorden zal je helpen om je taalvaardigheid naar het A2-niveau te tillen. Door deze woorden en zinnen te oefenen en te gebruiken in je dagelijkse gesprekken, zul je merken dat je steeds vloeiender wordt in het Tsjechisch. Blijf oefenen, wees geduldig en vergeet niet om plezier te hebben tijdens het leren van deze prachtige taal!
Talkpal is een AI-gestuurde taaltutor. Leer 57+ talen 5x sneller met revolutionaire technologie.